Hoe zorg je ervoor dat leerlingen niet van doeltaal naar moedertaal overgaan bij een kortere spreekopdracht (<30min)?

Vaak beginnen leerlingen in de doeltaal, maar als ze er niet uitkomen gaan ze, vaak uit enthousiasme, verder met spreken in hun moedertaal. Zit je er als docent bij, dan kun je dit sturen, maar bij 6 groepjes of 15 duo's kan dat niet. Hoe kun je een spreekopdracht zo vormgeven dat de leerlingen toch echt de doeltaal blijven spreken? Het gaat dan om een enkele spreekopdracht die in 1 les afgerond kan worden, dus niet bijv. een presentatieopdracht waarbij ze ruim de tijd hebben om die voor te bereiden.



33

3 Antwoorden


  • Een mogelijke oplossing: vraag leerlingen om een spel te spelen waarbij ze moeten praten, zeg dat ze voor iedere keer dat ze nl spreken ze punten moeten inleveren. Je kan dit op een hoop spellen toepassen. Ik had zelf vroeger een Frans Docente die ons monopoly liet spelen en bij ieder Nederlandse zin die je uitsprak moest je geld in de pot leggen. Competitie / Gamification helpt!
    06 sep. 2018
  • Werken met spellen (speed daten, black stories, bordspellen) werkt zeer motiverend!
    13 sep. 2018
  • Ik heb een knuffel (giraffe of ezeltje , ongeveer 1,50 euro bij de Action) en als iemand nederlands praat krijgt hij/zij de knuffel. Aan het einde van de les krijgt de leerling die de knuffel heeft een opdrachtje die gedaan moet worden in het Engels de volgende les. Welke opdracht dat is wordt bepaald door een digitale fruitmachine of een digitaal spinningwheel waar ik zelf verzonnen opdrachten in heb gezet. De opdrachten lopen van zeer eenvoudig naar wat moeilijker, maar bevat ook de mogelijkheid dat er naar voren komt dat een leerling niets hoeft te doen. De leerlingen vinden het leuk en spannend en het valt mij, maar ook mensen die bij in de les komen, dat de leerlingen allemaal engels praten
    21 jan. 2019